Zelfhulpboeken en handboeken zijn meestal een beetje verdacht. Heb je ooit een kunstenaar of schrijver ermee rond zien lopen? Die kans is best klein. Wat kunnen we leren van creatieven? Hoe leren zij?

Het simpele antwoord van een creatief persoon zal ongeveer zijn: als je ergens goed in wilt worden omring je dan met jouw voorbeelden en inspiratiebronnen. Wil je een goede verhalenschrijver worden, lees dan geen hoe-wordt-ik-een-betere-verhalenschrijver-boeken, maar omring je met goede verhalen en lees ze. Wil je een goed musicus worden, dan lees je niet dat ene ABC-van-de-muziek-boek, maar luister je naar jouw favoriete voorbeelden. Wil je een mooie inrichting voor je nieuwe huis, dan verzamel je mooie inrichtingen op Pinterest.

Schrijver en psycholoog Steven Pinker vroeg voor zijn boek The Sense of Style een aantal grote schrijvers welke handboeken ze hadden gelezen. In de hoop aanbevelingen te krijgen was het antwoord anders dan verwacht. Het eensluidende antwoord was: nul komma nul.

Creatieven leren te midden van hun inspiratiebronnen. Ze consumeren zoals we ons laten blootstellen aan reclameboodschappen. Een kunstenaar laat zich onderdompelen door massive exposure. Niet door de boodschappen van marketeers, maar door de boodschappen van zijn of haar eigen inspirators en helden.

Na het blootstellen komt het leren van wat je er zo goed (of juist slecht) aan vindt. Steven Pinker noemt dat reverse engineering. Je kijkt als het ware onder de motorkap. Wat zie je? Wat maakt dat iets zo goed is? Wat is er zo goed aan een zin, een schilderij, een muziekstuk of een idee? Schrijf het op. Waarom springt dat ene idee er uit? Schrijf het op. Het zal voor iedereen anders zijn. Maar schrijf het op.

Reverse engineering kun je doen voor de dingen die jou eindeloos boeien, maar je kunt het ook doen voor de dingen die je ongeveer verafschuwt. Bij iets wat je tenenkrommend vindt ga je na wat het maakt dat je het eigenlijk niet kunt aanzien.

Ik kwam afgelopen week deze blog tegen van kunstenaar Jeri Maier (cartoonist New York Times). Ze verzamelt in Gmail in een speciaal daarvoor aangemaakt mapje “Bad Art Writing” alle slecht geschreven persaankondigingen van tentoonstellingen en shows. En vraagt zich vervolgens af wat er zo slecht aan is en waarom het vaak als norm wordt geaccepteerd.

 

Creatief denken is tegenwoordig een handig hulpmiddel voor van alles en nog wat. Wat er meestal onder verstaan wordt is niet zozeer een manier van denken (ondanks de suggestie die het wekt) maar bepaalde tools, spelregels, stappen, technieken of interventies die ons denken uitdagen. Een soort van ontdenken, omdenken of losdenken.

Maar creatief denken als een denkactiviteit zien is wat verraderlijk.

Je kunt namelijk niet zeggen: "Ik ga nu even creatief denken."

Wil je je creativiteit ontwikkelen dan geloof ik dat het er in de eerste plaats niet om gaat om creatief te leren denken, maar om anders te leren denken over creativiteit. Dat is nogal een verschil. En daarin zit naar mijn idee het onderscheid zoals Einstein het eens omschreef:

We can't solve our problems with the same level of thinking that created them.

Einstein ging ook niet creatief denken, hij ging piano spelen of pijp roken of uit het raam staren.

Als je bedenkt dat je denken over creativiteit zélf de blokkade kan zijn dan denk je pas echt out of the box.

Wat is je relatie tot creativiteit? Welke aannames heb je over creativiteit?

Een van mijn favoriete lezingen die hierover gaat is van schrijver Elizabeth Gilbert. Ze verheldert in deze lezing wat de consequenties zijn van onze individuele benadering van creativiteit. Wij denken over creativiteit in termen van individualiteit - jouw stem, jouw expressie, jouw kunstwerk, jouw talent, jouw genie. Een opvatting die sinds de Renaissance is ontstaan en een paar eeuwen oud is. Ze laat zien dat de Grieken en Romeinen een geheel ander idee hadden over creativiteit. En vermoedelijk één die je meer helpt in je artistieke of creatieve ambities.

 

... en vooral ook in je denken over creativiteit.

Kunst spreekt voor zich. Het is één van de versleten motto’s die je nog maar al te vaak hoort.

Als kunst iets doet dan is het je voor raadsels stellen. Niet alleen voor de toeschouwer maar ook voor psychologen die het fenomeen bekijken.

Paul Bloom probeert dat raadsel te ontwarren in deze lezing.

Hoe verklaar je nu dat het meest besproken en door critici verkozen kunstwerk van de 20e eeuw het werk Fountain (1917) is van Marcel Duchamp? "Some of them see an urinoir in this work", merkt Paul Bloom ironisch op. Of hoe kan het dat wat jarenlang als een Vermeer werd beschouwd ineens - na de ontdekking dat het een vervalsing was door Han van Meegeren - in waarde dalen tot een luttel bedrag?

Shit! Hoe leg je dat uit?

Hoe verklaar je dit? Paul Bloom haalt psycholoog Steven Pinker aan. In zijn boek How the Mind Works geeft Steven Pinker in ieder geval twee redenen waarom.

Mensen waarderen kunst niet omdat ze het mooi vinden, maar omdat het vertoningen zijn van rijkdom en onderscheidingsdrang.

Elke simpele ziel kan plezier beleven aan een mooi schilderij, of dat nu een mooie zonsondergang is, een portret van een mooie dame of rijke heer. Het geeft visueel plezier.

Maar genieten van een volledig wit schilderij waar een recordbedrag voor is betaald? Daar heeft plezier een andere gedaante gekregen. Uit de waarde van dergelijk kunst is in ieder geval af te leiden dat de eigenaar ervan rijk is en dat degene dingen ziet die de gewone ziel niet kan zien.

Épater le bourgious noemde Steven Pinker het. Indruk maken op de gewone man. Het zijn de spreekwoordelijke veren van de pauw.

Paul Bloom voegt een derde verklaring toe. Waarom wij plezier beleven aan kunst is vooral ook omdat we een onstilbare honger hebben naar het verhaal achter wat we zien. En dat verhaal is niet wat we direct kunnen aflezen uit wat we zien. Het zijn antwoorden op vragen als:

  • Hoe is het gemaakt?
  • Wie heeft het gemaakt?
  • Onder welke omstandigheden?
  • Wat is het achterliggende motief?

Dat is wat we willen weten. Het verhaal van de mens(en) achter het ding. En dat kan ook verklaren waarom de mythe van de gekwelde kunstenaar (de kunstenaar die creatief is door te lijden) zo'n sterk cultureel verhaal is: het geeft antwoord op precies deze vragen.

Kunst spreekt door de verhalen die er over worden verteld én natuurlijk hoe die verhalen worden ontvangen en doorgegeven. Als kunst raadselachtig en complex is dan vraagt ze om meer verhalen zoals ook Duchamp's Fountain uit 1917 laat zien.

Maar kunst spreekt niet voor zich.

Authenticiteit. Hoe vaak hoor je het woord, lees je het of denk je dat het goed is jezelf authentiek te noemen?

Jezelf prijzen om je authenticiteit en uiting geven aan hoe je je vandaag voelt (even los van je echte vrienden) vind ik nogal waardeloos. Het is even veranderlijk als het Nederlandse weer. En wat heeft een ander er aan?

Net zo waardeloos vind ik het idee dat wordt verkondigd over kunstenaars die hun meest authentieke zelf zouden laten zien, hun diepste zelf uiten of doen aan zelfexpressie. Als je dan een keer down bent dan is kunst de uitgelezen kans om hier uiting aan te geven. Ik hoor die onzin al m’n hele leven in allerlei variaties. Een loodgieter zegt ook niet: “vandaag voel ik me iets minder, dus ik gooi er wat boosheid tegenaan vandaag”.

Authenticiteit wordt overgewaardeerd zegt schrijver en ondernemer Seth Godin. En ik ben het daar roerend mee eens. Verricht je werk niet met het idee van authenticiteit, maar met de gedachte van empathie. Verplaats je niet in jezelf maar in de ander. Dit is het alternatief dat Seth Godin voorstelt (bekijk hier het fragment):

Seth Godin zegt het ongeveer als volgt.

Mensen die geloven in het idee van authenticiteit veronderstellen dat ze er van uitgaan dat anderen om hen geven, er van uitgaan dat anderen geloven wat zij geloven, willen wat zij willen, weten wat zij weten.

Draai het om. Denk in empathie.

Praktische empathie is de genereuze daad om je te realiseren dat andere mensen niet weten wat jij weet, niet de behoeften hebben die jij hebt, niet geloven wat jij gelooft.

En te beseffen dat dit OK is.

Om vervolgens naar die ander te gaan en een verhaal te vertellen dat niet jouw kijk maar hun kijk op de wereld weerspiegelt.

Een verhaal op zo'n manier te vertellen dat de ander het kan gebruiken om zijn eigen weg te volgen. Dat is het hart van kunstenaarschap.

Geen ochtend zonder Bach. Elke ochtend speel ik voor 5 minuten en probeer me te houden aan dit ochtendritueel.

Elk nieuw stuk draag ik op aan een goede vriend. Ik stuur het stuk zoals ik een postkaart zou versturen. Ik geloof dat kunst hier over gaat: het is een gift en een gave en het is een klein geschenk dat geen 1000 likes verdient maar één attente en hartelijke luisteraar.

Boeken over kunst en de kunst van het geven: The Gift (Lewis Hyde), Giving it all Away (David Green)

Het is niet erg origineel om origineel te willen zijn, hoorde ik laatst iemand zeggen. Daar zit zeker wat in. Probeer maar eens origineel te zijn, het zal je niet meevallen. Denk maar eens na over wat jouw signatuur is. Het kan best beklemmend zijn.

Beter is om goed te worden in het imiteren en kopiëren van wat jou boeit. Vaak doe je dat door te imiteren en na te doen. En daar ligt jouw originaliteit besloten. ... lees verder

In eerdere blogposts verkende ik de manier om creativiteit te ontwikkelen door je analytische brein om de tuin te leiden, of dat nu is door iets ondersteboven te tekenen of door te tekenen zonder te kijken. Het zijn trucs die je zullen verrassen over het effect ervan.

Waar ik bij de laatste truc vooral niet keek naar wat ik zelf produceerde, deed ik afgelopen week een experiment waarbij het object dat je tekent en de tekening samenvallen. Je kijkt naar beide tegelijkertijd, door middel van een (plastic) plaat die je tussen jezelf en het object (in dit geval mijn linkerhand) houdt. Het is simpel. Je tekent direct op de plaat. ... lees verder

Het niet-weten of het onbekende opzoeken kan een goede strategie zijn om je te oefenen in creativiteit. Omdat mijn wetende, talige en analytische brein veel baat heeft bij overzichtelijkheid en ordelijkheid, probeert deze ook continu mijn andere helft te vertellen dat iets niet goed is, dat het anders moet of liever dat het goed is om het helemaal niet te doen. Want stel je eens voor ... ... lees verder

Deze boekbespreking is onderdeel van de blogreeks Wat is creativiteit?

The Origins of Creativity (2017) van bioloog Edward O. Wilson.

Over de oorsprong van creativiteit schrijft bioloog Edward O. Wilson dat het ultieme doel van creativiteit is om tot zelfinzicht te komen. Dat kan individueel zijn, maar ook cultureel. Zoals ook binnen de menswetenschappen (o.a. filosofie, theologie) staan vragen centraal als: Wie zijn we? ... lees verder

Deze boekbespreking is onderdeel van de blogreeks Wat is creativiteit?

Homo Ludens: A Study of the Play-Element in Culture (1938) van historicus Johan Huizinga (1872-1945).

Eén van onze grootste historici Johan Huizinga (1872-1945) gaat in de klassieker Homo Ludens (de spelende mens) in op de creatieve impuls van de mens, de impuls om te spelen. Het boek is een ode aan vrijheid. De mens is volgens Huizinga vooral een spelende mens. En spel staat aan de basis van onze cultuur. Want cultuur ontstaat en ontwikkelt zich in én als spel. ... lees verder

Deze boekbespreking is onderdeel van de blogreeks Wat is creativiteit?

Creativity: The Psychology of Discovery and Invention (1996) van psycholoog Mihaly Csikszentmihalyi (1934-).

Wie flow zegt verwijst - misschien zonder dat te weten - naar iets dat binnen de positieve psychologie een begrip is. Dat is het geworden dankzij het onderzoek van één van de vooraanstaande onderzoekers op het gebied van creativiteit: Mihaly Csikszentmihalyi (1934). ... lees verder

Dit is het afsluitende stuk van de blogreeks Wat is creativiteit? Aan de hand van drie boeken zocht ik een antwoord op de vraag wat we moeten verstaan onder creativiteit. Op basis van wetenschappelijk onderzoek dat is gedaan naar creativiteit, o.a. door Mihaly Csikszentmihalyi (auteur van Flow), heb ik het spreekwoordelijke kaf van het koren kunnen scheiden.

De 3 boeken die in de blogreeks centraal stonden waren:

Hieronder afsluitend en samenvattend 9 kernbegrippen die door deze auteurs in verband worden gebracht met creativiteit.

1. Verbeelding
Creativiteit gaat weliswaar over vernieuwing - over het ontdekken van nieuwe dingen en processen, nieuwe esthetische ervaringen en nieuwe werkelijkheden - maar essentiëler is het begrip verbeelding. De mens onderscheidt zich van het dier doordat de structuur van het brein zich ontwikkelde waarbij taal (symbolisch en metaforisch denken) het mogelijk maakte om nieuwe werelden te verbeelden en tot stand te brengen.

2. Sociale binding
Creativiteit zou je kunnen zien als een collectiviteitsverzekering. Vroeger hielp het vertellen en delen van verhalen of het gezamenlijk zingen of dansen bij een succesvoller leven (heel ver terug: het kon de jacht verbeteren). Het droeg dus bij aan het leven in het algemeen, het zorgde voor binding in de groep. De bron van creativiteit ligt in deze sociale betekenis. We zeggen nog steeds dat kunst verbindt. Creativiteit heeft als doel om te verbinden. De mythe van het eenzame genie is in dat opzicht een verhaal van niet-verbonden zijn.

3. Culturele innovatie
Creativiteit gaat weliswaar over vernieuwing en innovatie - over nieuwe uitingsvormen, nieuwe dingen of nieuwe ervaringen - maar dat staat niet op zich. Het is geen vernieuwing om de vernieuwing. Innovatie is van oorsprong de kracht die het mogelijk maakt om je aan te passen aan de veranderende omgeving. Zo hadden o.a. onze voorouders innovatie nodig om zich aan te passen aan die omgeving en om het naar de eigen hand te zetten. Culturele innovatie is nodig om te kunnen overleven. Creativiteit gaat dus niet over de innovatie op zich maar over het tot stand brengen van een nieuwe (ver)houding tot de veranderende wereld.

4. Spel
Creativiteit laat zich lastig beschrijven als iets dat een doel heeft buiten zichzelf. Hoewel het doelmatig kan zijn of het binnen een doelmatig context geplaatst kan worden, lijkt creativiteit in essentie te gaan om spel en plezier. Dat kan een doel op zich zijn. Het spel wordt gespeeld om te spelen en om plezier te hebben. Een van de belangrijkste elementen van spel is dat ze alleen kan bestaan binnen eigen grenzen van tijd en ruimte, ze kent vaste regels en patronen.

5. Activiteit
Creativiteit is geen zelfstandig naamwoord, het is een werkwoord. Het is vooral een activiteit en een manier van doen. Het doen zelf kan je in vervoering brengen. Een activiteit betekent ook dat je je onderdompelt in iets. Vroegere rituelen brachten niet alleen de deelnemer in vervoering, de deelnemer was ook echt onderdeel van het ritueel. Participatie was en is belangrijk voor creativiteit. En je participeert niet alleen door te maken. Ook luisteren naar muziek is participeren in de activiteit. Een schilderij kun je zien als een herinnering aan een gespeeld spel.

6. Tijdelijk opheffen van het alledaagse
Creativiteit staat in een aantal opzichten los van het alledaagse en vaak doelmatige activiteiten. Het ontstaat net als spel buiten de sfeer van het alledaagse waarin we gewend zijn dat alles een reden heeft. Nut, noodzaak en doel zijn hierin belangrijke regels. Creativiteit als het tijdelijk opheffen (of intensiveren) van de dagelijkse sleur kent net zijn eigen regels: de regels van het spel. Het zijn in die zin twee werelden. Als je regelmatig van de ene in de andere wereld stapt kan het je dagelijkse leven versterken en verrijken. En heeft daarmee heeft het een individuele en culturele functie.

7. Ontdekkingsproces
Geniale inzichten, het "Eureka"-moment, creatieve successen of innovaties zijn in bijna alle gevallen een resultaat van toewijding, aandacht en een (lang) proces van ontdekken. Ontdekken staat dichter bij wat creativiteit is dan de resultaten die het proces van ontdekken oplevert. Het ontdekkingsproces is één van de meest plezierige activiteiten waar de mens in betrokken kan zijn. En voor de ervaring maakt het niet uit of dat kleine ontdekkingen zijn of grote. Net als in het spel vallen ook hier middel en doel samen. Het proces van ontdekken is een doel op zich, het stuur zichzelf, het is "autotelisch" (grieks: auto = zelf, telos = doel).

8. Aandacht
Waar productiviteit vaak wordt gemeten in tijd, is aandacht de grondstof voor creativiteit. Voor het cultiveren en stimuleren van nieuwsgierigheid en vindingrijkheid is aandacht een vereiste. Niet alleen voldoende aandacht om je een (vak)gebied eigen te kunnen maken en een soort van expert te worden, maar ook aandacht als een open houding die er juist op is gericht om verbindingen te leggen met andere gebieden. Die combinatie is uniek voor creativiteit. Je kunt het ook zien als persoonlijke competentie: weten wanneer je moet wisselen tussen een gefocuste aandacht en een brede aandacht. Creativiteit hangt dus samen met aandacht en met aandacht hebben voor de aandacht.

9. Omgeving
Creativiteit laat zich niet beschrijven als een geïsoleerd verschijnsel, de mythe van de eenzame uitvinder of kunstenaar klinkt heroïsch, maar creativiteit laat zich niet herleiden tot een individu en kent geen individueel eigenaarschap. Het is onderdeel van een omgeving en er bestaan vele factoren die bepalen of iets van culturele betekenis is en bekendheid verwerft binnen de cultuur. Creativiteit kun je niet herleiden tot het individu. Het is een cultureel samenspel tussen individu en omgeving. Csikszentmihalyi vraagt daarom ook niet wat is creativiteit, maar waar is creativiteit.

Een paar maanden geleden kreeg ik het boek Drawing on the Right Side of the Brain in handen. Het is van kunstenaar en schrijver Betty Edwards. Kort na de eerste publicatie ervan in 1979 stond het voor ruim een jaar op de New York Times bestseller list.

Voor wie graag tekent en wie meer inzicht wil in hoe creativiteit ontstaat is dit boek een echte aanrader. Met het boek leer je niet alleen te tekenen - en nee het is niet geschreven voor creatieve genieën, maar voor iedereen die het wil leren - maar je leert door te tekenen tegelijkertijd je brein verkennen. Hoe dat kan? ... lees verder

Afgelopen week liet ik me in de vrije uurtjes onderdompelen in wat neurowetenschappers te zeggen hebben over creativiteit. Een vraag die mij boeit is: Waarom is creativiteit niet resultaatgericht op te roepen?

Eén van de inzichten die hier een antwoord op geeft komt van neurowetenschapper David Eagleman.

Hij vraagt zich in deze video The Neuroscience of Creativity af hoe het komt dat de mens de enige soort is die zijn omgeving op grote schaal kan veranderen en naar zijn eigen hand kan zetten. Zijn antwoord is dat de mens zich niet hoeft te beperken tot een reflexmatige reactie op zijn omgeving en juist in staat is een bepaalde afstand in te nemen. ... lees verder

Afgelopen week las ik het boek Odd Type Writers van schrijver en creatief directeur Celia Blue Johnson. Het gaat over gewoonten en routines van schrijvers en één van de hoofdstukken - het is één van de kortste hoofdstukken, hoewel de lengte geen indicatie hoeft te zijn van het belang er van - gaat over ochtendroutines. Het moment dat de meeste grote schrijvers hun creatieve werk doen en hun meesterwerken tot stand komen.

Terwijl ik dit lijstje met tijden zag voelde ik me bemoedigd door de discipline van deze grote schrijvers. Maar het herinnerde me er ook aan hoe geschikt de ochtenden kunnen zijn voor creatief werk - of het nu schrijven is, tekenen of een andere creatieve activiteit. Leonardo da Vinci gebruikte de vroege ochtenden om dingen te noteren die hij graag wilde leren. ... lees verder

Alles is ritme.

Ons hart pompt bloed door ons lichaam. We ademen. Praten. Lopen. Alles is ritme.

Je zegt dat je niet in de flow zat. Of je zegt dat je je eigen ritme hebt gevonden.

Je ademt. Praat. Loopt. En je bent je hiervan vaak niet bewust. Je denkt niet na bij elke adem, elk woord, elke stap.

Maar sta er eens bij stil. Alles om je heen versnelt zich, alles heeft een ritme. En vanuit stilstand ontdek je ook je eigen ritme. Je gedrag. Gewoonten. Ambities.

Stel je een percussie-ensemble voor waar jij een van de spelers bent.

Je speelt in de groove en luistert naar het geheel. Je gaat er in op. Je luistert ook naar je eigen ritme, je eigen geluid. Je zet je eigen accenten, kiest je eigen ruimte én laat ruimte voor de ander, je reageert op wat er gebeurt om je heen, je imiteert en varieert. Er ontstaat wrijving, plezier, spanning. Er ontstaat muziek.

Dat kan alleen als je je eigen ritme hebt gevonden binnen het grotere geheel.

Je publiek spitst de oren.

Met een probleem heb je altijd 3 mogelijkheden:

  • los het op (pas de feiten aan je verwachtingen aan)
  • laat het los (pas je verwachtingen aan de feiten aan)
  • denk het om (je past je verwachtingen aan en daarop de feiten)

In het eerste geval zie je het probleem als een probleem. Los het op en het probleem verdwijnt.

In het tweede geval zie je de oplossing(en) als een probleem. Je kiest er voor het oorspronkelijke probleem los te laten. Het probleem verdwijnt.

In het laatste geval besluit je om een probleem als een kans te zien. Je creëert van een probleem een nieuwe mogelijkheid. Eerst accepteer je de feiten. Dan pas je je verwachtingen aan waarna je de feiten daar weer op aanpast.

Geïnspireerd op het boekje Zoals verwacht loopt alles anders van theatermaker en regisseur Berthold Gunster

Creativiteit bevindt zich op het grensgebied van aandacht hebben voor alles om je heen en het creëren van iets. Creativiteit is niet iets uit niets maken. Er gaat altijd iets aan vooraf.

De onlangs overleden dichter Mary Oliver (1935-2019) zei eens: “Pay attention, be astonished, tell about it.”

Creativiteit begint met aandacht hebben, met je verwonderen en dat vervolgens met de wereld delen. ... lees verder

In een jazz ensemble heeft ieder een eigen stem, speelt ieder een eigen instrument. Neem een stem weg en je mist iets. Nog één en we stoppen al snel met luisteren.

Het fundament dat door de bas wordt gelegd, de puls en hartslag van de percussie, het verhaal en de melodielijn van de zanger(es), een piano of gitaar die het geheel harmoniseert.

Iedereen mag iets vertellen, met als regel dat als iemand spreekt, de anderen luisteren en een klankbord vormen.

Maar als de hartslag overheerst raakt de groep op drift. Als de harmonie wordt opgelegd verbleekt het rijke pallet aan stemmen.

Elke groep kan als muziek klinken als:

  • je blijft luisteren, ook wanneer je speelt spreekt
  • je alleen speelt vertelt wat je hoort, als je niets hoort speel spreek je niet
  • je speelt spreekt waarbij je anderen of het geheel goed doet laten klinken

Als iets niet werkt in een groep vraag je dan af of er muziek wordt gemaakt.

Afgelopen week zag ik deze video met de Israëlische choreograaf en danser Ohad Naharin (die de Gaga Movement ontwikkelde). En dan gebeurt het dat je tussen de soepele bewegingen iets opvangt waarvan je meteen recht in je stoel gaat zitten, naar je dichtsbijzijnde potlood grijpt, de punt nog even extra aanscherpt en je dagboek erbij pakt.

Video op pauze. Dit schreef ik op:

We don’t need to do much. We can turn on the volume of listening and then very delicate stuff can become wow.

Ik vond de uitspraak mooi omdat het mij veel vertelt over creativiteit. Weet je de volumeknop van het luisteren te vinden dan kan dat je leven verrijken. ... lees verder

In een gedicht vervat klinkt uitstelgedrag als iets waar je een goede grap over kunt maken. Ik vond dit gedicht in een lezing over uitstelgedrag van onderzoeker Tim Pychyl, auteur van Solving the Procrastination Puzzel: A Consise Guide to Strategies for Change.

Dichter John Lea in het Engelse tijdschrift The Boy's Own Paper (Januari 1915) ... lees verder

Bij het verzamelen van inzichten en ideeën over uitstelgedrag viel m'n oog onlangs op dit citaat van kunstenaar Eugène Delacroix waarin hij zich beklaagt over zijn eigen uitstelgewoonten. Hij schreef het in zijn dagboek in 1824.

Het herinnerde me eraan hoe goed we er vaak zijn in het doen van dingen waar we het minst in geïnteresseerd zijn en hoe subtiel het onderscheid kan zijn tussen bevlogenheid en afleiding.

The absurd mania I have for doing things in which I am not vitally interested, and therefore doing them badly; the more I do such things, the more I find to do. I’m always having excellent ideas, but instead of working on them while they are still fresh in my imagination, I keep telling myself that I will do them later on — but when? Then I forget about them, or worse still, can no longer see anything interesting in ideas that seemed certain to inspire me. The trouble is, that with a roving and impressionable mind like mine, one idea drives another out of my head quicker than the changing wind alters the direction of a windmill’s sails. And when I have a number of different ideas for subjects in mind at once, what am I to do? Am I to keep them in stock, so to speak, quietly waiting their turn? If I do that, no sudden inspiration will quicken them with the touch of Prometheus’s breath. Must I take them out of a drawer when I want to paint a picture? That would mean the death of genius.

Lees meer op: Brainpicking.org

 

Eén van de onderwerpen waar ik al een tijdje over wil schrijven - maar het is er met een terloopse uitzondering nog niet van gekomen - is uitstelgedrag, oftewel (in het Engels) "procrastination".

Ik stelde het toepasselijk uit. Totdat ik een artikel in m'n inbox kreeg getiteld Why procrastinators procrastinate, omdat ik mij eerder geabonneerd had op de nieuwsbrief van Wait but Why (de blog van Tim Urban). Eerder schreef ik terloops over strategisch uitstelgedrag, zoals Adam Grant het beschrijft in zijn boek Originals (en zoals hij uitlegt in deze TED-lezing).

Uitstelgedrag zien als een creatieve strategie (zoals Adam Grant doet) is veel voor te zeggen, maar waar de meesten (waaronder ik) mee te maken hebben is het soort uitstelgedrag zoals filmmaker en kunstenaar Lev Yilmaz het eens illustreerde in zijn prachtige serie Tales of Mere Existence:

... lees verder

Gisteren in de wat latere avonduren wreef ik een paar keer in m'n ogen om dit interview met David Bohm uit te kunnen zien. Ik vind hem één van de meest boeiende denkers als het gaat om creatief denken en communicatie. Waaronder zijn begrip van de dialoog (dit jaar verscheen de Nederlands vertaling van "On Dialogue"). Door meer te leren over hoe de dialoog tot stand komt leer ik creatief denken beter te begrijpen. Ik zal die link in deze post iets meer uitleggen.

Volgens David Bohm is een beter begrip van de dialoog belangrijk voor (onze) tijd die gekenmerkt wordt door verdere fragmentatie waarin de communicatie vaak gebrekkig is. ... lees verder

Afgelopen week las ik stukjes uit Light the Dark: Writers on Creativity, Inspiration, and the Artistic Process. Het bevat interviews met schrijvers - van Stephen King tot Elizabeth Gilbert. Een mooie collectie interviews als je meer inzicht wilt in het creatieve proces van schrijven - en niet alleen schrijven. Je kunt de reeks ook lezen op The Atlantic (via de samensteller van het boek Joe Fassler of via de reeks By Heart).

Jezelf regelmatig in een staat onderdompelen die meer met dromen dan met denken te maken heeft is belangrijk om te cultiveren. ... lees verder

Vorige week bezocht ik de tentoonstelling Leonardo da Vinci in het Teylers Museum in Haarlem. Op de affiche de zwoele blik van een jonge dame die de geïnteresseerde anno nu moet verleiden. Maar een goed deel van de reputatie van Leonardo is - zo leerde ik - te danken aan de bizarre koppen die hij tekende. Mannen met te grote kinnen, misvormde lichaamsdelen, een gebroken neus, dichtgeknepen ogen of vrouwen met een snavelhoofd.

Leonardo was een avonturier en hij heeft velen meegenomen op zijn avontuurlijke reis. Zijn tekeningen geven hierin een inkijkje en zelf was ik vooral ook benieuwd naar zijn aantekenboeken. ... lees verder

Het beste advies dat ik afgelopen jaar kreeg is om weer een dagboek te beginnen. Vanaf m'n twintigste heb ik zo'n dagboek bijgehouden, maar zoals dat met meer dingen gaat kent het korte en langere onderbrekingen.

Het helpt om me te laten inspireren hoe anderen het doen. Eén van mijn voorbeelden is schrijver David Sedaris. Lange tijd stond het boek David Sedaris Diaries: A Visual Compendium op mijn wensenlijstje (de visuele versie van Theft by Finding: Diaries 1977-2002). En ik ben blij dat ik mij nu kan laten inspireren door deze rijke, boeiende en beeldende manier van een dagboek bijhouden.

David Sedaris zei eens: ... lees verder

Afgelopen week besloot ik om aandacht te hebben voor de aandacht (zoals ik ook eerder deed). Ik leerde van het designersduo Giorgia Lupi en Stefanie Posavec hoe je je eigen observaties kunt verbeelden (zie hun project Dear Data). Een vriend noemt me inmiddels een Data Miner. En hoewel ik vooral analoog werk beschrijft dit goed wat ik afgelopen week deed: het verzamelen van data met dit als uiteindelijke resultaat.

Eerder dit jaar leerde ik tijdens een workshop ... lees verder

In de wachtrij aan de kassa van de Albert Heijn zette deze Snickers me even aan het denken. "Je bent jezelf niet als je trek hebt", las ik. Ik maakte een foto. En ik had trek, de reden dat ik deze Snickers wilde.

Ik bewaarde de foto.

Mezelf worden door een Snickers te kopen leek me een bijzonder gegeven (of op z'n minst een bijzondere mythe).

Het probleem wordt hier in één zin slagvaardig neergezet: je hebt trek en het zou best kunnen zijn dat je je wat minder voelt. Jij voelt je minder, jij bent jezelf niet (helemaal). De oplossing is eenvoudig: koop mij en je bent weer jezelf. Door mij bereik jij je doel. ... lees verder

De afgelopen twee dagen heb heb ik mezelf in de vrije uurtjes verbannen met een boek. Een boek over lezen. Dat klinkt misschien wat dubbelop, maar omdat ik geïnteresseerd ben in hoe lezen zin kan geven aan mijn leven, kan het geen kwaad mezelf eens die waarom-vraag te stellen. Waarom en hoe lees ik? Ik moet bekennen dat ik mezelf die vraag nooit echt zo helder heb gesteld, misschien omdat ik iets gewoon leuk vind om te doen of niet.

Door mijn lichte ontevredenheid over het feit dat ik doorgaans minder aan lezen toekom dan ik zou willen voelde ik me gesteund door het zien van de titel The Pleasures of Reading in an Age of Distraction van Alan Jacobs. ... lees verder